HOOFDSTUK I

Wij richten nu onze aandacht eens op twee ballen, die in verschillende richtingen over een volmaakt gladde tafel rollen. Om een meer omlijnd beeld te krijgen veronderstellen wij, dat de belde richtingen elkaar loodrecht snijden, Daar er op de ballen geen uitwendige krachten werkzaam zijn, zijn hun snelheden volkomen eenparig. Wij veronderstellen verder, dat beide snelheden gelijk zijn, d.w.z. dat beide ballen in eenzelfde tijdsinterval eenzelfde afstand afleggen. Is het echter wel juist om te zeggen, dat die twee ballen dezelfde snelheid hebben? Het antwoord kan zowel ja als neen luiden! Als de snelheidsmeters van twee auto's beide veertig kilometer per uur aanwijzen, is het gebruikelijk te zeggen, dat die auto's dezelfde snelheid hebben, waarbij het er niets toe doet in welke richting zij rijden.